De dode mus tussen wal en schip

Het is even geleden dat m’n laatste blog verscheen. Het was een tijd van hoge pieken en diepe dalen. Veel tijd en energie ging en gaat zitten in mijn onderwijs. Zowel bachelor- als masterstudenten ronden op dit moment hun scripties af en een van mijn vakken draait ook weer op volle toeren. Op dat soort momenten ga je vaak – noodgedwongen – mee in de waan van de dag. Totdat die waan vandaag bruut verstoord werd. Hoe je blij kan worden gemaakt met een dode mus, hoe een piek een dal werd en hoe je het gevoel kunt hebben tussen wal en schip te zitten: Een (korte) impressie.

Mijn onderwijstaak is fors, of eigenlijk beter gezegd, mijn onderzoektaak is beperkt. Ik hou van onderwijs. Met name onderwijsinnovatie (en evaluatie) is iets wat mijn hart een sneller doet kloppen. Het afgelopen jaar heb ik een SKO traject mogen doorlopen en stiekem ben ik alweer aan het kijken hoe ik mij verder kan verdiepen in onderwijskundige aspecten van het hoger onderwijs en hoe ik mijn ervaringen kan delen met anderen. Maar eerlijk is eerlijk: Onderwijs loont (nog) niet binnen de academische wereld. Carrièrepaden vereisen altijd een forse onderzoekscomponent. Terecht wellicht als je research-based onderwijs nastreeft, maar tegelijkertijd beperkend. Ik zie onderwijstalent ‘afdruipen’ richting bijvoorbeeld het HBO waar toch een andere blik op onderwijs lijkt te heersen.

Maar laat ik mijn vrouwelijke kant meer laten spreken. Carrière maken is ook maar een relatief begrip. Zijn we niet veelal vooral intrinsiek gemotiveerd voor ons onderwijs (en onderzoek)? En halen we waardering niet uit allerlei andere aspecten dan enkel een salarisschaal of functie? Mooie cijfers voor de studenten? Waardering van studenten? Aan dat laatste geen gebrek. De pieken van dit jaar waren dan ook de benoeming tot docent van het jaar van de bachelor Medische Informatiekunde, het winnen van de prijs voor het beste vak en de zogenaamde ‘docent van de maand’ benoeming van het AMC (een blijk van waardering vanuit de Raad van Bestuur op voordracht van het opleidingsmanagement èn de studenten). En dat in het jaar dat ik mijn onderwijs rigoureus innoveerde. Dàt is motiverend! En als een kers op de taart de nominatie voor docent van het jaar van de UvA, een nominatie vanuit de faculteit richting de UvA. Ik ontvang een uitnodiging vanuit de ASVA voor de prijsuitreiking op de UvA Onderwijsdag.

Al snel wordt duidelijk dat er ‘iets’ vreemd is aan die laatste nominatie. In het UvA nieuws (dat wij als AMC-ers overigens doorgaans niet ontvangen…) worden alle facultaire winnaars genoemd. De Faculteit der Tandheelkunde en de Faculteit der Geneeskunde staan er niet bij. Gekscherend roepen we weleens dat ‘ze’ in de binnenstad misschien niet weten dat er in zuidoost ook nog een dependance staat, je weet wel, dat gebouw naast de tentamenzalen. Het lachen vergaat toch een beetje dat deze ‘grap’ toch werkelijkheid (b)lijkt. We doen niet mee met de verkiezingen, net als de ACTA, is de mededeling in tweede instantie. Ik was dus wèl genomineerd en uitgenodigd, en toen toch weer niet? Ik ben het spoor bijster.

Het is mij onduidelijk waarom er dan überhaupt iemand voorgedragen is vanuit onze faculteit en waarom we eerdere jaren wel ‘gewoon’ mee mochten doen. Natuurlijk mag ik naar de UvA Onderwijsdag komen, vermeldt de dame van de ASVA me nog, maar faculteitswinnaar of niet, er is alleen aandacht voor de winnaars van de vijf faculteiten die wèl mee hebben gedaan aan de stemrondes en niet voor de faculteiten die hun stemming op een andere manier hebben ingericht. Het is dat gevoel van het hebben van het winnende lot, dat je terugvindt de dag nadat het termijn sluit waarop je de prijs mocht innen.

Ik geef onderwijs aan UvA studenten, maar ben geen UvA medewerker en krijg zodoende ook minimaal mee wat er op de UvA speelt. Het UvA-gevoel? Eerlijkheidshalve zegt me dat weinig. En dat terwijl ik voor wat betreft mijn takenpakket wellicht beter bij een UvA profiel dan een AMC profiel zou passen. Maar laat ik eerlijk zijn, deze hele situatie doet mijn UvA-gevoel geen goed.

De meeste docenten zullen weten dat mensen drie elementen nodig om gemotiveerd te zijn: Je moet je competent voelen, je moet autonomie hebben en er moet sprake zijn van een verbinding met de groep om je heen. Aan dat laatste schort het bij mij. Ik voel me tussen de wal en het schip. Ergens tussen AMC en UvA in. Maar gelukkig: Ik voel me wèl enorm betrokken bij de groep studenten waar ik het allemaal voor doe. Ik sta elke werkdag weer op om ‘mijn’ studenten te begeleiden, te sturen, te motiveren en vooral te laten groeien en hun talenten te laten spreken. Tegen de waardering van die AMC-studenten kan echt geen UvA-prijs op!

Wetenschappelijk onderwijs: tijd voor actie?

Toen ik aan mijn Canvas en blended learning avontuur begon blogde ik al: ik ben een maximizer. Ik ben zelden tevreden met het onderwijs zoals ik dat neergezet heb. Elk jaar weer probeer ik te innoveren, te verbeteren. Waarom? Omdat studenten daar simpelweg recht op hebben. Maar laat ik eerlijk zijn: het is voor mijzelf, carrière-technisch, eigenlijk heel dom.

Docent/onderzoeker
Als docent in het wetenschappelijk onderwijs heb je twee hoofdtaken: onderwijs en onderzoek. Hoewel de titel ‘universitair docent/onderzoeker’ doet vermoeden dat er voor beiden evenveel tijd en waardering is, is de praktijk anders.  Verreweg de meeste tijd gaat zitten in het onderwijsdeel, terwijl verreweg de meeste waardering voortvloeit uit het onderzoeksdeel. Om het nog wat scherper neer te zetten: eigenlijk zou je er, puur kijkend naar je carrièreperspectief, wijs aan doen zo min mogelijk tijd aan onderwijstaken te besteden om zo maximale tijd voor onderzoek te hebben.

DocentBelastingUren
Hoe werkt dan die tijdbesteding? Voor elke vorm van onderwijs krijg je uren, de docentbelastinguren (DBU’s). Zo mag je voor het voorbereiden en geven van een hoorcollege een x aantal uren spenderen, het begeleiden van een student levert je y uren op en een werkgroep x uren. Op jaarbasis moet je een bepaald aantal uren verzorgen. Een trieste conclusie is: als je zo min mogelijk ieder jaar innoveert, of zo min mogelijk tijd aan het begeleiden besteed, levert je dat dus kostbare onderzoekstijd op. Tijd waarin je kan werken aan publicaties, want dat is immers waar je op afgerekend wordt. Dat is waar veelal je loopbaan bij gebaat is. Dat is helaas hoe de universitaire wereld werkt.

Maximizen
En toch besteed ik, en vele collegae met mij, veel tijd aan mijn onderwijs(taken). Vaak zelfs meer tijd dan we ervoor krijgen. En meer dan er normaliter in een werkweek passen. Omdat we hart voor ons vakgebied hebben, omdat we studenten mooie vaardigheden willen meegeven voor de rest van hun leven, ze willen zien groeien, omdat onderwijs ons aan ons hart gaat. Gelukkig maar, want dat is ook waar de student, vind ik, recht op heeft. Alleen ga ik, net als al die collega onderwijsmaximizers, gebukt onder een (zeer) hoge werkdruk (die we dus deels onszelf opleggen) en is dus de vraag hoe lang dit nog vol te houden is. Opgeven is geen optie. We doen het voor die student.

Tijd voor actie?
Wil ik meer salaris? Nee. Daar zul je mij niet over horen. Ik wil de tijd hebben om studenten te bieden waar ze recht op hebben en waar uiteindelijk de hele maatschappij van zal profiteren. Ruimte voor innovatie. Waardering. Perspectief. Wil mijn werkgever dat dan niet? Jawel! De UvA (hoewel niet direct mijn werkgever overigens) laat in haar onderwijsvisie duidelijk zien dat er oog is voor onderwijs en de wetenschappelijk docent. Maar laten we eerlijk zijn: it’s all about the money. Meer geld voor het wetenschappelijk onderwijs is een bittere noodzaak. Wetenschappelijk onderwijs: tijd voor actie! Teken de petitie!

 

Het tweede Canvas avontuur: een eerste reflectie

Ook mijn tweede Canvas avontuur zit erop. Ik had het voorrecht om deel te mogen nemen aan de pilots, zo voelde dat ook. Ik was al enthousiast over Canvas, maar ben steeds enthousiaster aan het worden. Maar… uiteraard met een aantal kritische kanttekeningen. In een van mijn vorige blogs gaf ik al aan dat de Fontys Hogeschool ICT een zogenaamde MinMax en MoreMax cursus Canvas geeft bij de introductie van het systeem. In feite heb ik dit zelf ook toegepast. Tijd voor een eerste reflectie.

De MinMax: Voortgezet Programmeren
Bij mijn eerdere (deel)vak ‘Voorgezet Programmeren’ zette ik eigenlijk maar een klein deel van de Canvas functionaliteit in. Ik maakte pagina’s met teksten, kennisclips, formatieve toetsen (quizzen), voerde cijfers in via het Gradebook (en liet het cijfer daarmee automatisch berekenen) en deed de communicatie via aankondigingen, mails op maat (via het Gradebook) en het forum. Daarmee kon ik grotendeels alles van het vak optimaal ondersteunen.

De MoreMax: Artifiële Intelligentie
Nu ik wat meer ervaring had, zat het basisdeel van het vak Artificiële Intelligentie, de teksten, de kennisclips, de quizzen, snel in Canvas. Dat maakte dat ik de uitdaging aanging om mijn eigen MoreMax cursus als het ware te doen. Bij dit vak maakte ik bijvoorbeeld gebruik van het kunnen inleveren en beoordelen van opdrachten via Canvas (de SpeedGrader), van peer feedback rondes op het ingeleverde werk en van rubrics.

Loftrompet?
De basisfunctionaliteit van Canvas blijf ik fantastisch intuïtief vinden. Bij het geavanceerdere gebruik liep ik tegen wat dingen aan, die handiger kunnen. Het inleveren van deelopdrachten was even uitzoeken, omdat je niet aan 1 grote opdracht meerdere deadlines mee kon geven en meerdere toegestane bestandtypen die studenten kunnen uploaden. De verdeling van stukken voor de peer feedback ging zeer soepel, maar je kan geen deadline instellen voor die feedback. Ik heb behoorlijk geworsteld met de rubrics: studenten konden eventueel foutief ingevoerde scores niet meer aanpassen. Ik merk dat ik sommige irritaties kan voorkomen door een goede (lees: betere) instructie mee te geven. In de Instructure Canvas wensenlijst zie ik gelukkig dat er gestemd kan worden op een aantal wensen die een deel van de ervaren kleine onhebbelijkheden kunnen wegnemen.

Een voorlopig einde
Maar ook aan dit tweede Canvas avontuur komt een einde. Het vak zit er alweer op. Ga ik de Canvas luwte in? Nee, zeker niet. Vanaf het facultaire team hoop ik bij te dragen aan de implementatie van Canvas en ondertussen ga ik zelf uiteraard verder met het verkennen hoe ik met behulp van Canvas mijn onderwijs nog verder kan verbeteren. Voorlopig nog genoeg uitdagingen!

 

Canvas: katalysator voor onderwijsinnovatie?

Instructure, het bedrijf achter Canvas, heeft een goede PR- en marketingafdeling. Ze zijn heel erg actief op social media en zetten Canvas veelal neer als de katalysator voor onderwijsinnovatie. Toegegeven, ze weten ook mij te prikkelen. Met name met de meer onderwijskundige tips ’n tricks die ze vaak geven. Na het geven van twee blended modules in Canvas is het tijd voor een kritische zelfreflectie. Hebben mijn studenten meer geleerd?

Vorig jaar wilde ik het onderwijs van mijn module ‘Voorgezet programmeren’ een andere vorm geven. Waarom eigenlijk? Ik merkte dat de oude opzet van mijn module vooral gericht was op het studenten laten onthouden en begrijpen van de stof ofwel op het zogenaamde ‘lagere orde denken’ volgens de taxonomie van Bloom . En ik zag dat het echte begrip van de stof bij studenten vaak pas (te) laat kwam. Van ‘hogere orde’- denken en -leeractiviteiten, zoals Bloom dat noemt, als toepassen, analyseren of creëren was amper (of zeg maar gerust geen) sprake bij de oude opzet van mijn module.

Opdrachten voor lagere én hogere denken nodig
Volgens Bloom zijn voor het ontwikkelen van rijke leeractiviteiten vragen en opdrachten nodig die zowel een beroep doen op het ‘hogere orde’- als op het ‘lagere orde’-denken. Daarom besloot ik voor mijn module Voorgezet programmeren een nieuwe ‘blended’ opzet te maken en wel volgens het principe van ‘flipping the classroom’. Ook voor de onderdelen die ik geef voor de module Artificiële intelligentie paste ik deze aanpak recent toe.

Het streven van mijn blended/flipped aanpak was om de studenten van oppervlakkig leren meer naar diepteleren te laten gaan. En zo van begrijpen naar analyseren te komen – in termen van Bloom. Daarvoor heb ik vooral formatieve toetsen aangeboden ofwel meer online oefenmateriaal. Ik wilde, door mijn studenten al online veel te laten toepassen, komen tot analyseren/ diepteleren. Is dat ook gelukt?

Significant betere tentamenscore
In allebei mijn blended modules zag ik dat studenten de stof eerder begrepen en konden we veel dieper op de stof in gaan tijdens de face to face momenten. Zelf vond ik het contactonderwijs, waarin we vragen van studenten bespraken en onderwerpen waarvan studenten hadden aangegeven dat ze er meer over wilde horen, veel prettiger dan het klassieke hoorcollege geven. Ook in termen van eindcijfers was de vernieuwde opzet van de module Voortgezet programmeren zeer succesvol. De tentamenuitslag was significant beter dan het jaar ervoor (zelfs wanneer ik corrigeer voor het verschil tussen de cohorten). Voor Artificiële intelligentie zijn nog geen eindcijfers bekend.

Reden om te juichen?
Zijn significant betere tentamencijfers voldoende reden om te juichen? Ja, als eerste graadmeter. Ik was tevreden, meer dan, zelfs. Maar laten we wel zijn, heb ik niet stiekem een hele goede vorm van examentraining (teaching to the test) gegeven? Ja, de studenten waren actiever aan de slag, meer ‘involved’ zoals dat dat zo mooi genoemd wordt, met ‘just in time feedback’ en activerende onderwijsvormen. Prachtig. De leerdoelen van het vak zijn gehaald.

Kunnen toepassen en creëren
Maar hebben de studenten ook echt meer geleerd dan eerdere jaren? Is dat behalen van de toets nu echt wat wij voor ogen hebben? Wil ik ze als docent niet juist meegeven dat een tentamen ook maar een momentopname is? Dat het gaat om het laten beklijven van de stof (en dan langer dan de drie uur die het tentamen duurt), om het geleerde kunnen toepassen, om er nieuwe zaken mee te kunnen creëren? – om Bloom maar weer even aan te halen.

Anders denken over toetsvormen
Nu duidelijk is dat we studenten met behulp van Canvas (aantoonbaar) kunnen activeren en we ze zelf hun kennis kunnen laten toetsen met de formatieve toetsen, lijkt het me tijd voor de volgende stap in de onderwijsinnovatie. Tijd om anders te gaan denken over toetsvormen. Laten we eens kijken of die tentamens echt wel nodig zijn. Kunnen we het begrip van de stof niet veel beter toetsen aan de hand van opdrachten? Door studenten zelf aan de slag te laten gaan met onderzoek, ze kritisch te laten analyseren en creëren? Nieuwe toetsvormen – met Canvas als katalysator? Ik zie kansen.

Tien tips voor het succesvol implementeren van Canvas

Afgelopen week bezocht ik een symposium van de SURF-special interest group Blended learning. Het onderwerp was ‘Faciliteren van docenten(teams) bij blended learning’.Tijdens een van de workshops sprak Fleur Deenen over de implementatie van Canvas bij de Fontys Hogeschool ICT. Uiteraard schoof ik aan. Tien tips voor het succesvol implementeren van Canvas. Kom maar door!

Deenen vertelde dat ze bij Fontys Hogeschool ICT de acht stappen van verandermanagement van Kotter gevolgd hadden voor de implementatie van Canvas. Het voert te ver die hier allemaal  toe te lichten, dus focus ik me op de stap ’Zorg dat het gebeurt’. Er wordt een aantal deelstappen genoemd. De eerste: ‘Visie communiceren en mensen enthousiasmeren’. Ik geloof dat het Canvas-UvA-team dat al doet. De Canvas-nieuwsbrieven staan vol enthousiaste verhalen. Blended learning komt ook duidelijk naar voren. Aan ambitie geen gebrek bij de UvA, zo lijkt het wel.

Medewerkers in staat stellen te veranderen
De volgende stap is ‘Medewerkers in staat stellen te veranderen’. Een cruciale stap. Deenen legt uit dat Fontys Hogeschool ICT de medewerkers in eerste instantie twee (online) cursussen aanbood: de MinMax- en de MoreMax-cursus. Fascinerend. In de eerste cursus is de ambitie om te leren hoe je met zo min mogelijk functies in Canvas al zoveel mogelijk resultaat kunt bereiken. Toch een beetje een aanpak waar ik, als docent, steeds voor waarschuw. Maak nou van Canvas geen verzameling van slides en pdf’s. Het kan zoveel meer. Deenen licht toe dat in de MoreMax cursus juist ingegaan wordt op de nieuwe functionaliteiten die Canvas biedt. Denk aan formatieve quizzes, rubrics, peer feedback, mastery paths etc etc.

Gaan docenten dan nog wel de MoreMax-uitdaging aan?
Kritisch bevraag ik Deenen. Gaan docenten, als alles eenmaal in Canvas staat conform de MinMax-definitie, dan nog wel de MoreMax-uitdaging aan? Stellig zegt ze ja! Ja, natuurlijk, docenten willen goed onderwijs verzorgen. Het beste uit hun studenten halen.

Maar dan komen we weer bij dat belangrijke punt: docenten in staat stellen te veranderen (naar en in Canvas). We weten allemaal dat de nadruk bij wetenschappelijke instellingen met name op onderzoek ligt. Daar word je immers op afgerekend als docent/onderzoeker. Onderwijs hangt er soms wat bij.

Laten we de overgang naar Canvas maximaal benutten
De UvA schrijft in haar onderwijsvisie dat ze onderwijs wel degelijk meer en beter wil waarderen. Ik hoop het! Ik hoop oprecht dat docenten goed gefaciliteerd worden bij de overgang naar Canvas en dat we daarbij niet eerst voor de MinMax maar meteen voor de MoreMax in Canvas gaan. Laten we de overgang naar Canvas maximaal benutten om ons onderwijs te vernieuwen en verbeteren  en laten we daarmee onderwijskundig ook echt de koploperpositie pakken. We hebben de kennis en kunde in huis. Dat gecombineerd met een goede dosis enthousiasme en gedrevenheid, maakt dat we echt iets goeds en duurzaams neer kunnen zetten.

Kortetermijnsuccessen vieren
De volgende stap die Deenen noemt is dat je kortetermijnsuccessen moet creëren en vieren. Dat is een stap die ik direct omarm. Ik prijs mezelf gelukkig dat ik de kans kreeg om in het blended learning project van de faculteit der Geneeskunde de open versie van Canvas uit te proberen, waardoor ik de Canvas-functionaliteiten vanuit de onderwijspraktijk breed kon onderzoeken. Zo kon ik direct de MoreMax-uitdaging aan gaan! En ik vier dat ik nu met mijn vak Artificiële intelligentie mag deelnemen aan de Canvas-pilots in het onderwijs om nog weer meer nieuwe Canvas-functionaliteiten (verder) uit te proberen. Op naar de volgende stap, zoals Deenen die benoemt: niet verslappen, nu doorzetten!

Online samenwerking: mag de docent meekijken?

Als ervaren Canvas-gebruiker kon ik onlangs een vliegende start maken met het inrichten van de module Artificiële intelligentie in Canvas. Binnen amper een week stonden de thema/module-indeling, de teksten, filmpjes en meerdere formatieve quizzen (plus feedback) klaar. In deze Canvas-pilot laten we studenten ook online samenwerken in practicumgroepen en elkaars opdrachten beoordelen via peer feedback. Dit roept nieuwe vragen op …

Canvas biedt de functionaliteit  dat studenten online kunnen samenwerken – zoals nu vaak via Google Docs gebeurt. Elke practicumgroep krijgt een eigen subomgeving. Daarin kunnen de leden van de groep aankondigingen/mededelingen voor elkaar plaatsen, pagina’s aanmaken, discussiëren op een forum, bestanden delen, online vergaderen via de webconferencing tool BigBlueButton  (die standaard in Canvas zit) vergaderen, et cetera. Prachtige functionaliteiten.

Groepen indelen
Voor het online samenwerken binnen de module Artificiële Intelligentie in Canvas vroeg ik de studenten zichzelf in groepen in te delen. Je kunt er ook voor kiezen om Canvas automatisch een indeling te laten maken of om dit zelf handmatig te doen. Als docent kun je vervolgens opdrachten toewijzen aan individuen of aan groepen.

Verbazing
In mijn mailbox zie ik, tot mijn verbazing, een aankondiging van een van de groepen binnenkomen. Ik heb voor nu namelijk in Canvas ingesteld dat ik alle Canvas-notificaties ook in mijn e-mailbox wil ontvangen. Ik open het bericht en volg de link. Ik kom uit bij de groepsomgeving van een van de practicumgroepen. Hè? Dat is raar. Ik kan als docent alles van de groep zien! Gelukkig staan er geen gekke dingen en ben ik even snel weer weg als ik er kwam.

Rollen en rechten in Canvas
Het stelt me wel voor de vraag: moeten we wel willen dat docenten toegang hebben tot groepen? Ik doe navraag bij het team dat Canvas-UvA inricht. Het blijkt dat je wel kunt instellen dat docenten niet bij groepsomgevingen kunnen komen. Althans, ergens. Het team gaat ernaar kijken in het kader van rollen en rechten in Canvas.

Stemmen in de Canvas-community
De vraag is: wil je toegang tot groepen voor docenten altijd, standaard uitsluiten of wil je dat per vak kunnen instellen? Ik zou liefst willen dat studenten dit zelf kunnen instellen.  Maar zoals bij alle applicaties geldt: niet altijd kan wat wij het liefst zouden zien. Het mooie aan Canvas vind ik wel dat je je wensen goed kenbaar kan maken in de Canvas-community  (van leverancier Instructure) en dat de Canvas-gebruikers via stemming mogen bepalen welke wensen opgepakt worden. Zo zie ik dat alleen al tussen mijn vorige (voorjaar 2017) en mijn huidige vak in Canvas alweer enorm veel wensen van gebruikers zijn opgepakt.

Stof tot nadenken
Ik ben blij dat ik meedoe met de Canvas-pilots die nu bij enkele vakken aan de UvA plaatsvinden, want het mes snijdt echt aan twee kanten. Ik kan de didactische mogelijkheden van Canvas verder uitproberen en het Canvas-team krijgt input en stof tot nadenken. Het blijft leuk om de functionaliteiten van Canvas die het onderwijs verder kunnen innoveren en verbeteren uit te proberen. We gaan vrolijk verder met de pilot.

Een nieuw Canvas-avontuur: flipping Artificiële intelligentie

Mijn persoonlijke proef met blended onderwijs in een open versie van Canvas vorig studiejaar was een succes. Canvas werkt prettig en biedt veel functionaliteit, ervoer ik. Ook sloten de studenten de blended module af met significant betere cijfers. Het duurt nog even (september 2018) totdat de UvA overgaat van Blackboard op Canvas-UvA dat nu bij alle faculteiten ingericht wordt. Dus kwam ik voor de keuze: terug naar Blackboard of toestemming vragen om ook in het collegejaar 2017/18 de open versie van Canvas te gebruiken ….

Eerlijk is eerlijk, ik voelde meer voor de laatste optie: verder met Canvas. Voor mijn module Voortgezet Programmeren en Wiskunde die ik eerder al in Canvas draaide zou ik later dit collegejaar kijken hoe en wat. Voor de module Artificiële intelligentie die in september zou starten zou ik gebruik maken van Blackboard.

Zonder geluk vaart niemand wel
Maar zonder geluk vaart niemand wel. In de zomer kwam vanuit het facultaire project implementatie Canvas de vraag of docenten wilden deelnemen aan een pilot met een module in Canvas. Voorwaarden waren onder andere dat het vak in de periode september-december 2017 zou zijn en dat er geen schil-tools nodig waren. Het zal niemand verbazen dat ik me aangemeld heb. Ik heb nog lang niet alle functionaliteit van Canvas uitgeprobeerd en ben bovendien enorm benieuwd in hoeverre de open versie van Canvas nou echt anders is dan Canvas zoals dat nu wordt ingericht bij de UvA.

Artificiële intelligentie
En ook dan geldt weer dat zonder geluk niemand wel vaart. Per faculteit kunnen drie docenten meedoen aan de pilot en bij Geneeskunde was nog plaats voor mijn vak: Artificiële intelligentie. Kortom: deze week start ik met een nieuw Canvas- avontuur! En dit keer niet alleen maar samen met mijn collegadocenten die bij dit derdejaars bachelorvak van de opleiding medische informatiekunde betrokken zijn.

Canvas wijst zichzelf
Ik heb plechtig beloofd dat ik hen zal helpen waar mogelijk, maar eigenlijk ben ik er nog steeds van overtuigd dat Canvas zichzelf wel wijst. Ik hoop dat mijn collega’s ook zullen kijken naar de didactische mogelijkheden die Canvas biedt. Mogelijkheden die in Blackboard ook kunnen, laat ik dat nogmaals benadrukken, maar soms (helaas) ‘uit’ stonden bij de UvA of naar mijn smaak weinig intuïtief waren.

Flipped classroom
Ik zelf zal Canvas met name inzetten, net als bij het vorige experiment, om het concept flipping the classroom te implementeren. Dus om teksten, kennisclips en formatieve toetsen aan te bieden via Canvas. Daarnaast wil ik gaan kijken hoe het inleveren van opdrachten via Canvas vorm gegeven kan worden. Ik wil kijken naar de mogelijkheden voor peer review (door medestudenten) en hoe je gebruik kan maken van rubrics.

Zojuist ontving ik mijn inlogcodes voor Canvas-UvA. De eerste keer inloggen stemt me voorzichtig positief: mooi, dit oogt net als de open versie. Morgen de rest maar eens verkennen. Via dit blog zal ik ook tijdens deze module verslag uitbrengen van mijn bevindingen.

Hernieuwde Canvas-energie. Ik heb er zin in!

Een dagje ruilen met de juf?

Mijn oudste, inmiddels net vijf, is vorig jaar begonnen op de basisschool. Omdat het ‘reguliere’ klassikale onderwijs voor mij niet werkt(e) en je als ouder toch (soms onterecht) de neiging hebt je eigen voorkeuren op die van je kinderen te projecteren, kozen we voor de Montessorischool Bilthoven. Wat bracht het mij? Wellicht een gekke vraag om aan een ouder te stellen. Het bracht mij niet eens zozeer wat als ouder, maar wel als docent!

Ik breng en haal mijn kind (als papa of oma dat niet doen) naar school en heb het grote genoegen om een uurtje per week als ouder te mogen assisteren in de klas. Nu is mijn kleuter er een die van ‘latent verwerken’ houdt. Wij krijgen regelmatig flarden van zijn dag in de middag of avond (of nacht) verteld. Vorige week kwam hij thuis met de mededeling: ‘Juf zei dat ik bepaal of zij aardig is of boos’. De school maakt gebruik van het programma ‘the leader in me‘. Ik quote: “een pedagogische leerlijn die kinderen op een speelse manier 7 gewoonten aanleert gericht op persoonlijke groei en relaties met anderen.” Als ik kort aan de juf vraag of zij wellicht de uitspraak van mijn kleuter kan plaatsen, wordt snel duidelijk dat zij het over de gewoonte ‘wees proactief’ heeft gehad de vorige dag. Die 7 gewoonten zouden binnen een leerlijn academische vaardigheden voor ‘mijn’ studenten ook niet misstaan. Wees proactief, maak een plan, belangrijke zaken eerst etc. Open deuren wellicht, maar oh zo makkelijk om te ‘vergeten’ toe te passen.

Diezelfde kleuter kiest ook graag zijn eigen leerpad en observeert graag. Zo moppert hij sinds de start van zijn groep 2 avontuur dat ‘hij nu niemand heeft om bij af te kijken’ nu de oudere kinderen naar groep 3 (a.k.a. ‘de middenbouw’) zijn. Het Montessori-onderwijs (en ik ben geen onderwijskundige dus wellicht sla ik hier de plank wat mis), past naar mijn smaak het best binnen de (latere) stroming van (sociaal) constructivisme. Leren door te doen, door te observeren, met elkaar, vooral ook door fouten te maken waarbij een docent een meer verbindende en verdiepende rol heeft. Combineren van eerder geleerde zaken. Is dat niet wat ik bij mijn studenten ook zo graag zou zien? Leren van elkaar, door elementen bij elkaar te ‘rapen’, door te experimenteren, waarbij ruimte is om ‘fouten’ te maken, waarbij ze hun eigen pad kiezen? Intrinsiek gemotiveerd? En waarbij ik veel meer zou begeleiden in plaats van zenden?

Wat bracht het hebben van een kind op de basisschool mij? Veel! Er valt zoveel van elkaar te leren! Een uurtje in de week meehelpen, een goed gesprek met de juffen, informatieve ouderavonden: Het gaf en geeft mij ontzettend veel inspiratie om mijn eigen onderwijs toch weer iets anders vorm te geven. Heel stiekem denk ik weleens: zou ik die juffen niet een dagje in mijn onderwijs kunnen inzetten?

 

 

 

Geef de docent een goede opleiding?

Recent verscheen in Trouw een opiniestuk met de titel “Geef de student een goede docent“. De, naar mijn smaak, toch wat negatieve toon wordt snel gezet. Zo stelt de auteur “Maar als we dan naar docenten in het hoger onderwijs kijken, lijken we het heel normaal te vinden dat zij geen specifieke opleiding volgen […]. Zich constant blijven ontwikkelen hoeven ze ook niet.” Is dat wel zo?

De auteur neemt de binnenbocht. Als we kijken naar het hoger onderwijs, dan zie je dat de studentenpopulatie in de aflopen decennia veranderd is. Er stromen meer studenten door naar het wetenschappelijk onderwijs, er is instroom vanuit het buitenland. Meer algemeen kun je stellen dat de diversiteit toegenomen is. Daarmee is er ook een andere vraag gekomen. Niet dat ik wil stellen dat ‘de student van weleer’ geen goede docent nodig had. Echter, de diversiteit van ons ‘publiek’ vraagt om een andere didactische aanpak. Het was inderdaad gebruikelijk dat je geen specifieke onderwijsopleiding nodig had om docent te mogen zijn, maar laten we niet voorbij gaan aan het feit dat dat wellicht ook minder noodzakelijk was.

Inmiddels werken alle universiteiten met de Basis Kwalificatie Onderwijs die een docent moet behalen.  Ik zie het niet als inhaalslag, maar als antwoord op de veranderende vraag. Toegegeven, eerder werd de BKO nog weleens ‘bij een pakje boter’ weggegeven, maar wie nu als jonge docent aan de slag wil, krijgt wel degelijk hierin een opleiding. Is dat voldoende? En klopt het dat doorontwikkelen niet hoeft, zoals de auteur in Trouw zegt? Wellicht is doorontwikkelen in formele zin geen noodzaak, echter, ook ons onderwijs wordt continu geëvalueerd. Het opiniestuk doet overkomen alsof dat slechts mondjesmaat gebeurd. Een minder goede evaluatie zou in mijn ogen aanleiding kunnen en moeten zijn tot het (verplicht) bijscholen van een docent. Maar hoe dan?

Voor een lerarenbeurs kom je als WO docent niet in aanmerking. Vreemd. Zou een universiteit dan zelf meer tijd (en dus geld) beschikbaar moeten stellen voor doorontwikkeling van de docent? Het opiniestuk zegt, naar mijn smaak terecht, dat de nadruk nog teveel op onderzoek ligt. Als docent is je carrièrepad  toch een doodlopende steeg te noemen. Maar is dat onwil van de universiteiten? Ik denk het niet. Uiteindelijk geldt ook hier ‘it’s all about the money’. Wil je de cultuur op de universiteiten veranderen, kijk dan ook eens kritisch naar het financieringsmodel van het hoger onderwijs.

Mijn ultieme droom: ieder z’n eigen leerpad

Het collegejaar zit erop. Een extra druk jaar door het herontwerpen van mijn onderwijs voor blended learning. Even dreigde een ‘after-onderwijs-dip’. De vraag drong zich op: what’s next? Voor mij is de kwaliteit van mijn onderwijs nooit goed genoeg. Dus was een nieuwe uitdaging snel gevonden: gepersonaliseerd leren!

Ik heb, denk ik, al een behoorlijk aantal van de functionaliteiten van Canvas bekeken én vele ook al gebruikt. Maar Canvas kan nog zoveel meer – lees ik. Ik wil er uithalen wat erin zit. Het zou een gemiste kans zijn als we niet alle functionaliteiten die mogelijk tot verbetering van de kwaliteit van het onderwijs kunnen leiden uitproberen en deze wanneer succesvol ook verder inzetten. Ik ben aan de slag gegaan met het uitproberen van de Canvas-functionaliteit MasteryPaths.

Extra oefenopdrachten of verdiepende opdrachten
Met MasteryPaths kun je studenten een leerervaring bieden, afgestemd op het niveau van hun individuele leerprestaties – op maat dus. Een student die de stof nog niet zo goed beheerst, kun je extra oefenopdrachten geven; en een student voor wie het al gesneden koek is kun je verdiepende opdrachten bieden.

Scenario based learning
MasteryPaths biedt de mogelijkheid om aan onderdelen van je onderwijs(materiaal) ingangseisen te koppelen. Dit wordt wel scenario based learning genoemd. De docent bepaalt welke leerpaden er mogelijk zijn en welke ingangseisen gelden per pad. Je bepaalt dus vooraf wie, welk onderwijsmateriaal, wanneer, mag zien. Het instellen gaat, merk ik, net als eigenlijk alles in Canvas redelijk intuïtief. Misschien zijn er ook leertools voor gepersonaliseerd en adaptief leren buiten Canvas die een waardevolle aanvulling zijn op de Canvas-MasteryPaths. Ik hoop daar na de zomer naar te kunnen kijken.

Niveaudifferentiatie
Mijn ultieme droom is een curriculum met vakken op verschillende niveaus. Enkele meer specialistische vakken zouden dan op een aantal verschillende niveaus gegeven kunnen worden. Als een student het onderwerp goed beheerst, er extra interesse in heeft en er misschien wel op wil afstuderen of een master in wil doen, dan kan die student het vak op het hoogste niveau doen. Doordat die student sneller door de stof heen kan gaan, ontstaat er ruimte voor een extra opdracht, zoals bijvoorbeeld een stukje onderzoek of  een groter practicum.

Toekomstmuziek?
Met zo’n opzet zou een student zelf kunnen kiezen in welk onderwerp hij of zij zich extra wil verdiepen. Zo zou ook een relatief kleine opleiding als de onze via verdiepende leerpaden binnen vakken, een stukje specialisatie aan kunnen bieden aan kleine groepjes studenten – iets wat met enkel contactonderwijs (financieel) mogelijk minder haalbaar is. Dat is natuurlijk niet 1-2-3 gerealiseerd en klinkt voor menigeen wellicht als toekomstmuziek. Zelf zou ik dit in eider geval graag op vakniveau eens verder willen uitdiepen.

Let’s do it!
Ik heb al heel veel materiaal in Canvas staan, dus het zou mogelijk een beperkte investering vragen om een eerste stap richting gepersonaliseerd en adaptief leren te zetten. Het idee alleen al geeft weer energie. Let’s do it!