Wetenschappelijk onderwijs: tijd voor actie?

Toen ik aan mijn Canvas en blended learning avontuur begon blogde ik al: ik ben een maximizer. Ik ben zelden tevreden met het onderwijs zoals ik dat neergezet heb. Elk jaar weer probeer ik te innoveren, te verbeteren. Waarom? Omdat studenten daar simpelweg recht op hebben. Maar laat ik eerlijk zijn: het is voor mijzelf, carrière-technisch, eigenlijk heel dom.

Docent/onderzoeker
Als docent in het wetenschappelijk onderwijs heb je twee hoofdtaken: onderwijs en onderzoek. Hoewel de titel ‘universitair docent/onderzoeker’ doet vermoeden dat er voor beiden evenveel tijd en waardering is, is de praktijk anders.  Verreweg de meeste tijd gaat zitten in het onderwijsdeel, terwijl verreweg de meeste waardering voortvloeit uit het onderzoeksdeel. Om het nog wat scherper neer te zetten: eigenlijk zou je er, puur kijkend naar je carrièreperspectief, wijs aan doen zo min mogelijk tijd aan onderwijstaken te besteden om zo maximale tijd voor onderzoek te hebben.

DocentBelastingUren
Hoe werkt dan die tijdbesteding? Voor elke vorm van onderwijs krijg je uren, de docentbelastinguren (DBU’s). Zo mag je voor het voorbereiden en geven van een hoorcollege een x aantal uren spenderen, het begeleiden van een student levert je y uren op en een werkgroep x uren. Op jaarbasis moet je een bepaald aantal uren verzorgen. Een trieste conclusie is: als je zo min mogelijk ieder jaar innoveert, of zo min mogelijk tijd aan het begeleiden besteed, levert je dat dus kostbare onderzoekstijd op. Tijd waarin je kan werken aan publicaties, want dat is immers waar je op afgerekend wordt. Dat is waar veelal je loopbaan bij gebaat is. Dat is helaas hoe de universitaire wereld werkt.

Maximizen
En toch besteed ik, en vele collegae met mij, veel tijd aan mijn onderwijs(taken). Vaak zelfs meer tijd dan we ervoor krijgen. En meer dan er normaliter in een werkweek passen. Omdat we hart voor ons vakgebied hebben, omdat we studenten mooie vaardigheden willen meegeven voor de rest van hun leven, ze willen zien groeien, omdat onderwijs ons aan ons hart gaat. Gelukkig maar, want dat is ook waar de student, vind ik, recht op heeft. Alleen ga ik, net als al die collega onderwijsmaximizers, gebukt onder een (zeer) hoge werkdruk (die we dus deels onszelf opleggen) en is dus de vraag hoe lang dit nog vol te houden is. Opgeven is geen optie. We doen het voor die student.

Tijd voor actie?
Wil ik meer salaris? Nee. Daar zul je mij niet over horen. Ik wil de tijd hebben om studenten te bieden waar ze recht op hebben en waar uiteindelijk de hele maatschappij van zal profiteren. Ruimte voor innovatie. Waardering. Perspectief. Wil mijn werkgever dat dan niet? Jawel! De UvA (hoewel niet direct mijn werkgever overigens) laat in haar onderwijsvisie duidelijk zien dat er oog is voor onderwijs en de wetenschappelijk docent. Maar laten we eerlijk zijn: it’s all about the money. Meer geld voor het wetenschappelijk onderwijs is een bittere noodzaak. Wetenschappelijk onderwijs: tijd voor actie! Teken de petitie!

 

Het tweede Canvas avontuur: een eerste reflectie

Ook mijn tweede Canvas avontuur zit erop. Ik had het voorrecht om deel te mogen nemen aan de pilots, zo voelde dat ook. Ik was al enthousiast over Canvas, maar ben steeds enthousiaster aan het worden. Maar… uiteraard met een aantal kritische kanttekeningen. In een van mijn vorige blogs gaf ik al aan dat de Fontys Hogeschool ICT een zogenaamde MinMax en MoreMax cursus Canvas geeft bij de introductie van het systeem. In feite heb ik dit zelf ook toegepast. Tijd voor een eerste reflectie.

De MinMax: Voortgezet Programmeren
Bij mijn eerdere (deel)vak ‘Voorgezet Programmeren’ zette ik eigenlijk maar een klein deel van de Canvas functionaliteit in. Ik maakte pagina’s met teksten, kennisclips, formatieve toetsen (quizzen), voerde cijfers in via het Gradebook (en liet het cijfer daarmee automatisch berekenen) en deed de communicatie via aankondigingen, mails op maat (via het Gradebook) en het forum. Daarmee kon ik grotendeels alles van het vak optimaal ondersteunen.

De MoreMax: Artifiële Intelligentie
Nu ik wat meer ervaring had, zat het basisdeel van het vak Artificiële Intelligentie, de teksten, de kennisclips, de quizzen, snel in Canvas. Dat maakte dat ik de uitdaging aanging om mijn eigen MoreMax cursus als het ware te doen. Bij dit vak maakte ik bijvoorbeeld gebruik van het kunnen inleveren en beoordelen van opdrachten via Canvas (de SpeedGrader), van peer feedback rondes op het ingeleverde werk en van rubrics.

Loftrompet?
De basisfunctionaliteit van Canvas blijf ik fantastisch intuïtief vinden. Bij het geavanceerdere gebruik liep ik tegen wat dingen aan, die handiger kunnen. Het inleveren van deelopdrachten was even uitzoeken, omdat je niet aan 1 grote opdracht meerdere deadlines mee kon geven en meerdere toegestane bestandtypen die studenten kunnen uploaden. De verdeling van stukken voor de peer feedback ging zeer soepel, maar je kan geen deadline instellen voor die feedback. Ik heb behoorlijk geworsteld met de rubrics: studenten konden eventueel foutief ingevoerde scores niet meer aanpassen. Ik merk dat ik sommige irritaties kan voorkomen door een goede (lees: betere) instructie mee te geven. In de Instructure Canvas wensenlijst zie ik gelukkig dat er gestemd kan worden op een aantal wensen die een deel van de ervaren kleine onhebbelijkheden kunnen wegnemen.

Een voorlopig einde
Maar ook aan dit tweede Canvas avontuur komt een einde. Het vak zit er alweer op. Ga ik de Canvas luwte in? Nee, zeker niet. Vanaf het facultaire team hoop ik bij te dragen aan de implementatie van Canvas en ondertussen ga ik zelf uiteraard verder met het verkennen hoe ik met behulp van Canvas mijn onderwijs nog verder kan verbeteren. Voorlopig nog genoeg uitdagingen!

 

Canvas: katalysator voor onderwijsinnovatie?

Instructure, het bedrijf achter Canvas, heeft een goede PR- en marketingafdeling. Ze zijn heel erg actief op social media en zetten Canvas veelal neer als de katalysator voor onderwijsinnovatie. Toegegeven, ze weten ook mij te prikkelen. Met name met de meer onderwijskundige tips ’n tricks die ze vaak geven. Na het geven van twee blended modules in Canvas is het tijd voor een kritische zelfreflectie. Hebben mijn studenten meer geleerd?

Vorig jaar wilde ik het onderwijs van mijn module ‘Voorgezet programmeren’ een andere vorm geven. Waarom eigenlijk? Ik merkte dat de oude opzet van mijn module vooral gericht was op het studenten laten onthouden en begrijpen van de stof ofwel op het zogenaamde ‘lagere orde denken’ volgens de taxonomie van Bloom . En ik zag dat het echte begrip van de stof bij studenten vaak pas (te) laat kwam. Van ‘hogere orde’- denken en -leeractiviteiten, zoals Bloom dat noemt, als toepassen, analyseren of creëren was amper (of zeg maar gerust geen) sprake bij de oude opzet van mijn module.

Opdrachten voor lagere én hogere denken nodig
Volgens Bloom zijn voor het ontwikkelen van rijke leeractiviteiten vragen en opdrachten nodig die zowel een beroep doen op het ‘hogere orde’- als op het ‘lagere orde’-denken. Daarom besloot ik voor mijn module Voorgezet programmeren een nieuwe ‘blended’ opzet te maken en wel volgens het principe van ‘flipping the classroom’. Ook voor de onderdelen die ik geef voor de module Artificiële intelligentie paste ik deze aanpak recent toe.

Het streven van mijn blended/flipped aanpak was om de studenten van oppervlakkig leren meer naar diepteleren te laten gaan. En zo van begrijpen naar analyseren te komen – in termen van Bloom. Daarvoor heb ik vooral formatieve toetsen aangeboden ofwel meer online oefenmateriaal. Ik wilde, door mijn studenten al online veel te laten toepassen, komen tot analyseren/ diepteleren. Is dat ook gelukt?

Significant betere tentamenscore
In allebei mijn blended modules zag ik dat studenten de stof eerder begrepen en konden we veel dieper op de stof in gaan tijdens de face to face momenten. Zelf vond ik het contactonderwijs, waarin we vragen van studenten bespraken en onderwerpen waarvan studenten hadden aangegeven dat ze er meer over wilde horen, veel prettiger dan het klassieke hoorcollege geven. Ook in termen van eindcijfers was de vernieuwde opzet van de module Voortgezet programmeren zeer succesvol. De tentamenuitslag was significant beter dan het jaar ervoor (zelfs wanneer ik corrigeer voor het verschil tussen de cohorten). Voor Artificiële intelligentie zijn nog geen eindcijfers bekend.

Reden om te juichen?
Zijn significant betere tentamencijfers voldoende reden om te juichen? Ja, als eerste graadmeter. Ik was tevreden, meer dan, zelfs. Maar laten we wel zijn, heb ik niet stiekem een hele goede vorm van examentraining (teaching to the test) gegeven? Ja, de studenten waren actiever aan de slag, meer ‘involved’ zoals dat dat zo mooi genoemd wordt, met ‘just in time feedback’ en activerende onderwijsvormen. Prachtig. De leerdoelen van het vak zijn gehaald.

Kunnen toepassen en creëren
Maar hebben de studenten ook echt meer geleerd dan eerdere jaren? Is dat behalen van de toets nu echt wat wij voor ogen hebben? Wil ik ze als docent niet juist meegeven dat een tentamen ook maar een momentopname is? Dat het gaat om het laten beklijven van de stof (en dan langer dan de drie uur die het tentamen duurt), om het geleerde kunnen toepassen, om er nieuwe zaken mee te kunnen creëren? – om Bloom maar weer even aan te halen.

Anders denken over toetsvormen
Nu duidelijk is dat we studenten met behulp van Canvas (aantoonbaar) kunnen activeren en we ze zelf hun kennis kunnen laten toetsen met de formatieve toetsen, lijkt het me tijd voor de volgende stap in de onderwijsinnovatie. Tijd om anders te gaan denken over toetsvormen. Laten we eens kijken of die tentamens echt wel nodig zijn. Kunnen we het begrip van de stof niet veel beter toetsen aan de hand van opdrachten? Door studenten zelf aan de slag te laten gaan met onderzoek, ze kritisch te laten analyseren en creëren? Nieuwe toetsvormen – met Canvas als katalysator? Ik zie kansen.