Instructure, het bedrijf achter Canvas, heeft een goede PR- en marketingafdeling. Ze zijn heel erg actief op social media en zetten Canvas veelal neer als de katalysator voor onderwijsinnovatie. Toegegeven, ze weten ook mij te prikkelen. Met name met de meer onderwijskundige tips ’n tricks die ze vaak geven. Na het geven van twee blended modules in Canvas is het tijd voor een kritische zelfreflectie. Hebben mijn studenten meer geleerd?
Vorig jaar wilde ik het onderwijs van mijn module ‘Voorgezet programmeren’ een andere vorm geven. Waarom eigenlijk? Ik merkte dat de oude opzet van mijn module vooral gericht was op het studenten laten onthouden en begrijpen van de stof ofwel op het zogenaamde ‘lagere orde denken’ volgens de taxonomie van Bloom . En ik zag dat het echte begrip van de stof bij studenten vaak pas (te) laat kwam. Van ‘hogere orde’- denken en -leeractiviteiten, zoals Bloom dat noemt, als toepassen, analyseren of creëren was amper (of zeg maar gerust geen) sprake bij de oude opzet van mijn module.
Opdrachten voor lagere én hogere denken nodig
Volgens Bloom zijn voor het ontwikkelen van rijke leeractiviteiten vragen en opdrachten nodig die zowel een beroep doen op het ‘hogere orde’- als op het ‘lagere orde’-denken. Daarom besloot ik voor mijn module Voorgezet programmeren een nieuwe ‘blended’ opzet te maken en wel volgens het principe van ‘flipping the classroom’. Ook voor de onderdelen die ik geef voor de module Artificiële intelligentie paste ik deze aanpak recent toe.
Het streven van mijn blended/flipped aanpak was om de studenten van oppervlakkig leren meer naar diepteleren te laten gaan. En zo van begrijpen naar analyseren te komen – in termen van Bloom. Daarvoor heb ik vooral formatieve toetsen aangeboden ofwel meer online oefenmateriaal. Ik wilde, door mijn studenten al online veel te laten toepassen, komen tot analyseren/ diepteleren. Is dat ook gelukt?
Significant betere tentamenscore
In allebei mijn blended modules zag ik dat studenten de stof eerder begrepen en konden we veel dieper op de stof in gaan tijdens de face to face momenten. Zelf vond ik het contactonderwijs, waarin we vragen van studenten bespraken en onderwerpen waarvan studenten hadden aangegeven dat ze er meer over wilde horen, veel prettiger dan het klassieke hoorcollege geven. Ook in termen van eindcijfers was de vernieuwde opzet van de module Voortgezet programmeren zeer succesvol. De tentamenuitslag was significant beter dan het jaar ervoor (zelfs wanneer ik corrigeer voor het verschil tussen de cohorten). Voor Artificiële intelligentie zijn nog geen eindcijfers bekend.
Reden om te juichen?
Zijn significant betere tentamencijfers voldoende reden om te juichen? Ja, als eerste graadmeter. Ik was tevreden, meer dan, zelfs. Maar laten we wel zijn, heb ik niet stiekem een hele goede vorm van examentraining (teaching to the test) gegeven? Ja, de studenten waren actiever aan de slag, meer ‘involved’ zoals dat dat zo mooi genoemd wordt, met ‘just in time feedback’ en activerende onderwijsvormen. Prachtig. De leerdoelen van het vak zijn gehaald.
Kunnen toepassen en creëren
Maar hebben de studenten ook echt meer geleerd dan eerdere jaren? Is dat behalen van de toets nu echt wat wij voor ogen hebben? Wil ik ze als docent niet juist meegeven dat een tentamen ook maar een momentopname is? Dat het gaat om het laten beklijven van de stof (en dan langer dan de drie uur die het tentamen duurt), om het geleerde kunnen toepassen, om er nieuwe zaken mee te kunnen creëren? – om Bloom maar weer even aan te halen.
Anders denken over toetsvormen
Nu duidelijk is dat we studenten met behulp van Canvas (aantoonbaar) kunnen activeren en we ze zelf hun kennis kunnen laten toetsen met de formatieve toetsen, lijkt het me tijd voor de volgende stap in de onderwijsinnovatie. Tijd om anders te gaan denken over toetsvormen. Laten we eens kijken of die tentamens echt wel nodig zijn. Kunnen we het begrip van de stof niet veel beter toetsen aan de hand van opdrachten? Door studenten zelf aan de slag te laten gaan met onderzoek, ze kritisch te laten analyseren en creëren? Nieuwe toetsvormen – met Canvas als katalysator? Ik zie kansen.